Het perron

‘Zonder schaduw geen besef van het licht’

Engeland, jaren ‘50
Een perron
Een vrouw
Een man
Spreken elkaar niet
Raken elkaar diep
Zonder het te weten

Twee onbekenden bewegen elkaar over het spoor van donker en licht. De manier waarop ze elkaar bewegen ontvouwt zich op bijzondere wijze. Elke dag, van de negen dagen waarin Het perron zich afspeelt, wordt in meer detail beschreven. Hierdoor leer je de hoofdpersonen langzaam, als in een ontmoeting met een vreemde, steeds beter kennen.

De vrouw kijkt iedere ochtend uit naar haar trein vanaf haar vaste plek op het perron. Daar fantaseert ze over de levens van haar perrongenoten. Waar reist zij naartoe? En kan verbeelding haar daar helpen? Tot hoe ver durft zij de herinneringssporen naar haar jeugd te volgen?

De man reist voor het eerst met de trein en bezoekt zijn zieke moeder. Hij vraagt zich af wie zij is. Kent hij haar wel? En zij hem? Bezit hij de moed haar te laten zien wie hij werkelijk is?

Gaandeweg voelen beide reizigers hoeveel hun woordeloze verbinding voor hen betekent.

Het perron is een roman over de genezende kracht van een korte ontmoeting.

*

***** ‘Prachtige schrijfstijl. Elke handeling, gedachte en gebeurtenis wordt zo mooi weergegeven dat het bijna poëtisch is.’ Hebban.nl, @boekenwaarjeblijvanwordt Lees hier verder.

*

**** ‘In meerdere opzichten een mooi boek. De debuutroman van Sofie Smit is niet alleen een goed opgezet en uitgewerkt verhaal, het is ook nog eens bijzonder fraai vormgegeven.‘ De Leesclub van Alles, Jan Koster Lees hier verder.

of lees de recensie op de mooie boekenblog van Jan Koster.

*

***** Dromerige schrijfstijl, met een sterk observerende blik. Hebban.nl Sandra Bernart Lees hier verder.

*

Dit is geen boek om snel te lezen. Ik lees elke dag een paar pagina’s, want het is poëzie. Een pareltje.’

*

Ik vond het heel indrukwekkend en mooi. Aan de ene kant is het een pageturner, door de opbouw en hun ontmoetingen wil en moet je verder lezen om te weten hoe het verder met ze gaat. Aan de andere kant, door alle gedachten in het boek, moest ik ook regelmatig de rem erop gooien om rustig de tijd te nemen en zelf te reflecteren. Die twee lagen maken het verhaal heel bijzonder. Geeft mij ook een gevoel dat ik het eigenlijk nog een keer moet lezen. Het zit namelijk zo vol met inzichten om over na te denken. Heel, heel knap.’ 

*

‘Wat heeft dit boek veel voor me en met me gedaan.’

*

Na het lezen van dit verhaal loopt een traan over mijn wang… Vanwege de timing, herkenning, stof tot nadenken en dankbaarheid.’

*

Knap boek, mooi geschreven, mooi verhaal, goede opbouw naar een climax en mooie vormgeving! Chapeau! Op het eind pakte het me meer dan ik wou en moest ik het uit lezen.

*

Onze leesclub was onder de indruk. Het is een prachtig boek. Kwetsbaar, bijzonder, een juweeltje. Een aanrader!

*

Dit boek is zo ontzettend mooi! Er zit zoveel diepgang in dat ik niet teveel tegelijk lees. Om over de dingen die ik lees goed na te denken. Het raakt me.

*

Het verhaal bevat verschillende symbolieken. Zoals de verbranding van zwarte kolen uit diepe aardlagen de trein in beweging brengt en vaste brokken weet te transformeren tot onbegrensde, witte stoom. Het staat voor het doorleven van onze pijn, die onze brandstof is om te kunnen groeien en onszelf vrijer te maken. Zo raken de vrouw en de man elkaars donkere kanten aan, stuwen ze elkaar voort en ontsteken ze elkaars licht.

*

Scroll verder om onderaan deze pagina het eerste hoofdstuk van Het perron te lezen.

*

ISBN: 9789083015101
NUR: 301
Verkoopprijs: 21,99
Redactie: Sandra Bernart
Aantal pagina’s: 286

Het perron is nu overal verkrijgbaar.

*

De boekpresentatie was op zondag 3 november 2019 bij boekhandel Van Piere in Eindhoven. Je kunt de presentatie hier bekijken en met me mee reizen naar Engeland in de jaren ’50. Onderweg stopten we op de plaatsen waar ik aan Het perron schreef en vertelde ik over de innerlijke reis die ik voor het boek maakte. Dank aan alle medereizigers, het was een onvergetelijkee ervaring. Klik hier om de foto’s te bekijken.

Een treinkaartje als uitnodiging

De vormgeving

De kaft heb ik ontworpen in zwart en wit, donker en licht, omdat dit een belangrijk thema is in het verhaal. Op de foto zie je Lisa Fonssagrives. Een Zweeds model dat in 1951 op Paddington Station in Londen door de beroemde fotografe Toni Frissell is vastgelegd. In de originele foto zie je nog een Londense bobby, maar ik vond alleen Lisa op de cover – na overleg met vriendinnen – mooier. Het behoeft weinig uitleg waarom ik voor deze afbeelding koos. Zij past perfect bij het verhaal. Ik dank Mia Solow en Tom Penn, Lisa’s kinderen, voor hun toestemming om de foto te mogen gebruiken. 

Het voor- en achterplat van het omslag zijn met elkaar verbonden door zwart garen, door sporen. Ze symboliseren het eigen spoor dat de hoofdpersonen volgen, het zoeken naar herinneringssporen en het spoor waarover de vrouw en de man iedere dag met de trein reizen en wat hen met elkaar verbindt.

Het omslag en de pagina’s zijn allemaal op hetzelfde papier, Fluweel genaamd, gedrukt. De kaft is niet harder of beter beschermd dan de pagina’s binnenin. Dat maakt het boek kwetsbaar. Het is de kwetsbaarheid die nodig is om te durven voelen en jezelf te kunnen genezen.

De vormgeving van Het perron is tot stand gekomen in samenwerking met creatief bureau voor printproducties Booxs.

Het font in dit boek is een prachtig lettertype dat door een van mijn favoriete Engelse schrijfsters werd gebruikt. Zij printte en publiceerde haar boeken zelf. Ik bewonder haar werk. De keuze voor dit font is een eerbetoon aan haar. Ze heet Virginia Woolf.

En als je het boek uit hebt, kun je het ergens neerzetten…

Het perron is nu te leen in verschillende bibliotheken!

NBD Biblion, de stichting die de boeken inkoopt voor alle bibliotheken in Nederland, kon helaas niet vertellen in welke bibliotheken het te leen is, maar jouw eigen bibliotheek kan het altijd vanuit een andere laten komen.

Van de bibliotheken van Eindhoven en Best weet ik zeker dat het in de collectie is opgenomen.

*****

Het perron – Sofie Smit

*****

Alleen de zon, pal boven je,

doet je schaduw verdwijnen.

Bedenk wel: je schaduw was je tot nut!

Wat je kwetst, zegent je ook.

Duisternis is je kaars.

Je grenzen bepalen je zoektocht.

• Rumi •

*****

Nooit was het in hen opgekomen

 dat wanneer ze zouden vertrekken,

ze zouden thuiskomen.

******

1.

Onder de beschutting van de overkapping klapte ze haar paraplu in. Druppels raakten haar gezicht en gleden over haar rode wollen jas. Ze knipperde met haar ogen en verfoeide de mechaniek van het voorwerp dat haar juist tegen het water moest beschermen. Onhandig zocht ze het touwtje waarmee ze de natte stof kon samenbinden. De kou van het vocht trok door haar handschoenen.

‘Well done. Now, stay,’ sprak ze tegen het ding, zoals ze tegen zoveel sprak wat ze ontmoette. Ze streek haar rok glad en voelde met haar vrije hand of haar hoed nog recht zat. Daarna stapte ze vanuit het donker het licht van het stationsgebouw in.

De rij bij het loket aan de zuidingang was nog kort. Ze sloot aan en was al vlug aan de beurt. De oude loketbeambte knikte haar weer vriendelijk toe. Binnen enkele ogenblikken zou ze haar plaats op het perron innemen.

Ze liet haar kaartje controleren, duwde de klapdeur open en liep meteen naar de plek tussen de twee lantaarns. Als wachters hielden ze het duister van de vroege ochtend buiten. Een trein aan de overkant ontving met open deuren zijn passagiers. Door zijn ramen zag ze hoe twee vrouwen een stuk door het rijtuig liepen, gingen zitten, weer opstonden en een plek vonden die hen beter paste.

Ze tuurde in de verte. Het sein stond op rood en de trein liet zich gewillig vullen. Met dienstboden, typistes en verpleegsters. Met arbeiders en kantoorklerken. Met een enkele oudere die zijn tijd vrij kon indelen en een bezoek bracht aan het natuurgebied dat de trein zou doorkruisen. Zo reed de trein iedere dag volgens zijn schema. Dienstbaar en gehoorzaam. 

Een fluit klonk. De locomotief joeg zijn witte adem hoog in de lucht. De stoker gooide zwarte kolen in het vuur. De uit diepe aardlagen losgebroken brandstof voor beweging, voor de omzetting van vloeibaar water in onbegrensde stoom. Langzaam zwoegde de trein weg. Zijn zware lading achter zich aan trekkend.

Ze hield van dit station. Sierlijke gietijzeren bogen droegen het glazen dak dat zich over de twee perrons en de rails daartussenin uitstrekte. Het verbond de hoge Victoriaanse muren die de perrons aan de achterzijde omsloten. Aan beide zijden liep een spoor dat je naar een andere bestemming voerde. Daartussen lagen twee sporen voor de goederentreinen. De acht strepen naast elkaar deden haar denken aan de lijntjes in haar schrift. Zoals rails passagiers vervoerden in treinen naar een station, brachten schrijflijnen gevoelens in woorden bij haar naar boven.

De winkeltjes aan de achterzijde van de perrons gaven haar de indruk in een andere wereld te verkeren: een veilige, overzichtelijke gemeenschap te midden van de grotere badplaats waar ze woonde. Daar waar de treinen het station in- en uitpuften, waar ze hun stoom loslieten in de openlucht, mengde verse buitenlucht zich onophoudelijk met de dampen die onder de koepel van het station hingen. De geur van smeer en kolen werd zo verdund tot troostende herinneringen aan de werkplaats van haar opa.

Het station was een plek die haar beschermde tegen het weer buiten, alsook tegen de buien binnen in haar. Telkens als ze zich in deze ruimte begaf, kwam er een licht laagje over haar gemoed dat alles zachter maakte, zoals de watten op haar toilettafel en het dons in haar kussen. Misschien kwam dat omdat ze hier onder de mensen was, allen samengekomen in een gebouw, zonder dat ze iets met hen moest of dat er verwachtingen waren waaraan ze niet wilde voldoen. Ze kon vrij rondlopen, over het perron, door de wachtkamer, over de loopbrug die de twee zijden van het station met elkaar verbond, en niemand zou haar dat verbieden. Niet dat ze zich vrijelijk bewoog – ze stond elke ochtend op haar vaste plek – maar alleen de gedachte dat het kon, maakte het lichter in haar hart. Haar ogen kon ze op haar gemak laten dwalen over de anderen die in deze ruimte aanwezig waren. Observeren hoe ze iedere dag weer in stilte met hun gezichten naar de rails gekeerd stonden, wachtend op de trein, op het vervolg van hun dag, zonder echt te zien wat er voor hen was. Ze kon ze in zich opnemen, zich hun levens voorstellen en zich even verbonden voelen zonder dat ze daarvoor iets hoefde op te geven.

Zo was er de oudere man die iedere ochtend naar zijn kleindochter reisde, omdat hij haar zo liefhad. De hele dag zou hij met haar met de blokken spelen of ze zouden buiten samen op avontuur gaan. Hij zou haar vast verhalen over indianen vertellen en het meisje zou aan zijn lippen hangen. Ze bedacht dat hij zijn vrouw had verloren en iedere ochtend uitkeek naar het moment dat hij het meisje in zijn armen kon nemen. Het maakte hem niet uit dat het kind geen jongen was.

Dan was er de jonge vrouw die in een te ruim mantelpak onrustig voorbij het perron keek alsof daar iets was wat haar lokte. Ze was meer in haar omgeving aanwezig dan in het omhulsel van haar tengere lichaam. Als een pas afgestudeerde advocate droomde ze stiekem over paardrijden zonder zadel over onbegrensde vlakten, maar elke dag ging ze toch naar kantoor om geprezen te worden voor daden die ze zelf geen waarde toedichtte. In het geheim had ze natuurlijk een affaire met een visboer van de markt, niet omdat ze hem zo woest aantrekkelijk vond of haar leven met hem wilde delen, maar omdat de vislucht haar liet voelen wat ze nooit mocht. Ongemanierd zijn.

Een man van middelbare leeftijd met ribbroek en glimmende schoenen vond ze erg interessant. Zijn haren lagen plat tegen zijn hoofd gekamd in een strakke scheiding. Hij droeg een spencer en beet vaak op zijn nagels. Terwijl hij om zich heen keek, bewogen zijn ogen vlug van links naar rechts. Het leven van deze man was veranderlijk. Plots was hij dan geen dominee met een vrouw en acht kinderen meer, onderweg naar een dagelijkse bijeenkomst van de kerk, maar een ongetrouwde journalist van het plaatselijk dagblad die in de stilte van de treinreis de overrompelingen van de dag die voor hem lag probeerde in te schatten, wat maar zelden lukte. Zijn nagels waren er niet lang genoeg voor.

Het perron was voor haar als jam op toast. Een moment van klein geluk. En terwijl ze op haar vaste plek stond met uitzicht op de loopbrug werd ze overvallen door een gevoel dat haar zo vertrouwd was als ademhalen, maar wat ze zichzelf alleen maar toestond in haar dromen. Een gevoel dat ze als klein kind had leren kennen, maar dat ze niet wilde thuisbrengen, omdat het te vreemd en absurd had geleken, zelfs in de ogen van een nog ongekooide ziel. Want hoe kon je naar huis verlangen als je in je eigen bed lag?

Dit keer was het niet als in een droom, maar zo helder als de zon die met zijn vinger de donkere wolken doorstak en het Engelse landschap raakte. Ze keek op naar de trap en werd gevuld met een besef dat ze zacht tegen zichzelf uitsprak: ‘Ik heb het gevoel dat ik naar huis ga.’ Verbaasd over haar eigen woorden liet ze zich rusten in een moment van niets. Het bord boven het perron gaf geen ander reisdoel aan dan anders. Het programma van haar dag bevatte geen bezigheid die haar het thuisgevoel zou brengen. Ze glimlachte om haar dwaasheid. ‘You silly.’ Hoe oud was ze eigenlijk? Veel te jong in elk geval om seniel te worden, al dat geklets in zichzelf. Ze moest zichzelf in de hand houden. Straks eindigde ze nog als haar grootmoeder, die haar laatste maanden al pratend tegen een koekjestrommel had doorgebracht.

Net toen ze diep zuchtte om zich te herpakken, zag ze hem. Haastig liep hij de loopbrug over en daalde de trap af. De trein reed het station binnen. De cadans van de wielen viel samen met die van haar hart.

Zonder acht op haar te slaan, snelde hij haar voorbij en ging een meter of drie van haar vandaan staan. Ze draaide haar ogen zo onopvallend mogelijk naar hem toe. Zijn rug was van het bredere soort en onder zijn jas dacht ze stevige armen te zien. Hij was niet veel groter dan haar. Zijn haren en jas waren donker gevlekt van de regen. Ze had hem nog nooit gezien. Niet dat dat vreemd was, want de stad waar ze woonde was groot genoeg om niet iedereen te kennen. Maar dit perron was haar tweede thuis. Ze kende iedereen die op dit tijdstip op de trein wachtte van gezicht en van hun door haar verzonnen leven. Even was ze perplex dat iemand zomaar, onaangekondigd, haar veilige wereld binnenwandelde. En niet zomaar iemand, maar iemand bij wie ze direct voelde, op die heldere manier die ze zo goed kende, dat ze contact wilde leggen.

De man bezat een beweeglijke levendigheid. Hij kon niet stilstaan. Zijn sigarettenrook blies hij ver van zich af. Als een van de eersten haastte hij zich naar de deuren toen de trein zijn beweging geheel opgaf. In zijn loop botste hij tegen de stationschef aan. Ze zag hoe de mannen een paar woorden wisselden alsof ze elkaar kenden. Daarna liet hij zich opslokken door de trein.

Toen ze plaatsnam in het treinstel, zoals altijd op plaats nummer 23, zag ze hem twee banken verderop aan het gangpad zitten. Uit een lederen aktetas haalde hij een boek, sloeg het open en keek erin. Daarna draaide hij zijn hoofd naar het raam, toen weer naar het boek. Hij had brede handen, als werkhanden, maar droeg een lange, nette overjas. Waar de bovenste knoop van zijn jas loszat, liet de afwezigheid van een stropdas zich zien. Uit zijn voorkomen kon ze niet afleiden wie hij was en waar hij naar onderweg was. Bovendien liet haar fantasie haar in de steek.

Wil je graag verder lezen? Het perron is nu overal te koop.

Wil je je lokale boekhandel steunen? Bestel dan via hun eigen website of Bazarow.

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven